Passieve wondverbandmiddelen

Passieve verbanden oefenen geen actieve werking uit op de wondheling. Ze worden gebruikt om hun afdekkende, niet-verklevende of absorberende werking.

Passieve wondverbandmiddelen zijn:

  • absorberende verbanden;
  • gaaskompressen;
  • koolstofverbanden;
  • niet-verklevend verband;
  • wondrandbeschermer.

Absorberende verbanden

Absorberend verband is verband dat veel wondvocht kan opnemen. Het wordt gebruikt voor het afdekken van vochtige tot natte wonden (exsuderende wonden).

Het verband is opgebouwd uit meerdere lagen: een contactlaag, een kern die vocht in het verband vasthoudt en een buitenlaag die geen vocht doorlaat en bescherming biedt tegen bacteriën.

Een absorberend verband neemt het wondvocht verticaal op en houdt het vocht in het verband vast. Zo wordt verweking (maceratie) van de wondrand voorkomen.

Gaaskompres

Een gaaskompres is een beschermend verband dat de behandelaar voorschrijft voor het reinigen en afdekken van droge en schone wonden. Een gaaskompres kan niet veel wondvocht opnemen.

Gaaskompressen kunnenin de wond worden gebruikt, bijvoorbeeld bevochtigd met een reinigende vloeistof of fysiologische zoutoplossing. Hierbij is er wel een risico op beschadiging van nieuw gevormd weefsel als de gazen indrogen. Gazen en kompressen worden daarnaast gebruikt voor het reinigen van de wond en de wondranden

Koolstofverband

Koolstofverband is een absorberend verband dat gebruikt wordt bij onaangenaam ruikende, vochtige tot natte wonden. De geur van de wond wordt vooral veroorzaakt door afvalstoffen die bacteriën uitscheiden. Koolstofverband bevat een laagje 100 procent geactiveerde koolstof (houtskool). De koolstof bindt de bacteriën en dus ook de daaraan verbonden geuren.

Niet-verklevend verband/
vette gazen

Niet-verklevend verband, ook wel vette gazen genoemd, is gemaakt op basis van katoen, rayonvezel, siliconen of lipidocolloid. De gazen verkleven niet aan het wondbed. Vette gazen zul je vooral verstrekken aan cliënten met oppervlakkige granulerende wonden met weinig wondvocht, waarbij het gaas niet aan de wond mag verkleven.

Wondrandbeschermer

Wondrandbeschermers worden gebruikt om de huidrand en de omliggende huid te beschermen tegen irritatie, beschadiging of maceratie.

Aandachtspunten bij het verstrekken

  • Ga na of de verbandmiddelen doorlekken. Als dat het geval is, dan kan dat komen door verkeerd gebruik. De verbanden worden bijvoorbeeld verkeerd om op de wond aangebracht. Het kan ook dat een sterker absorberend verband nodig is.
  • Als een zorgvrager vaak terugkomt met een recept of er worden grote hoeveelheden voorgeschreven, vraag dan goed door naar het gebruik. De kans is groot dat het materiaal verkeerd gebruikt wordt of dat niet het juiste wondbeleid gehanteerd wordt. Te vaak wisselen van verbandmiddelen is duur in gebruik en slecht voor de wond. Een wond heeft rust en warmte nodig.
  • Als het verbandmateriaal in de wond blijft kleven, kan het zijn dat het niet vaak genoeg gewisseld wordt of dat het verband niet geschikt is.

Geef bij de uitgifte van verbandmiddelen gebruiksadvies mee:

  • Vertel hoe lang het verband mag blijven zitten.
  • Als er schutvellen aanwezig zijn, vertel dan dat de cliënt deze moet verwijderen voor het verband aan te brengen.
  • Geef uitleg over het fixeren van secundair verband.
  • Geef tips voor bij het douchen met verband.
  • Geef advies over het verwijderen van wondverbandhulpmiddelen. Bij transparante folies trek je eerst het puntje van de folie naar je toe waardoor de kleeflaag loslaat en je de folie zonder de huid te strippen kunt verwijderen. Ditzelfde geldt ook bij siliconen pleisters.
  • Wordt een compressie-zwachtelsysteem gebruikt, dan wordt er maar één per been per week vergoed. Vraag bij gebruik van dit systeem goed door naar gebruik. Als er vaker gezwachteld moet worden, dan is het meestal beter over te stappen naar ambulante zwachtelsystemen.


Wondrandbescherming in de vorm van een spray of barrièrecrème zou bij de juiste inzet van wondverbandhulpmiddelen niet nodig moeten zijn. Als verweking (maceratie) van de wonden optreedt, verwijs dan naar de behandelaar.