Fixatiematerialen

Hoe wondbedekkers worden vastgezet (gefixeerd) en met welk materiaal, hangt af van de locatie en de grootte van de wond en de toegepaste behandeling. Grofweg kun je fixatiemateriaal indelen in windsels en hechtpleisters.

Windsels

Windsels worden gebruikt om de wond te verbinden. Ze houden de wondbedekker op zijn plaats. Voor fixatie op bewegende lichaamsdelen als knieën en ellebogen worden wel elastische windsels gebruikt. Ook netverbanden of buisverbanden kunnen gebruikt worden om verband te fixeren. Deze worden vooral gebruikt voor lastige plaatsen of grote oppervlakken zoals de rug of borstkas.

Latex

In veel windsels wordt latex verwerkt voor een zelfklevend effect. Dit verband heeft HAFT in de naam staan. Het zelfklevend effect is weliswaar praktisch in gebruik, bijvoorbeeld bij fixatie van verband aan het onderbeen, maar kan wel huidreacties geven. Contact tussen latex en de huid moet wel beperkt worden in verband met mogelijke huidreacties op latex (allergie). In de bijsluiter met de beschrijving van het product moet vermeld worden dat er latex is verwerkt in het product. Er bestaan ook zelfklevende windsels zonder latex.

Gebruik

Belangrijk is dat de windsels niet te strak worden gewikkeld. Dan kan een afknelling van de circulatie ontstaan. Het is belangrijk de juiste maat te kiezen om knellende verbanden te voorkomen.

Het advies is om onder het zelfklevende verband een windsel te gebruiken om de druk en afknelling bij gebruik van een haft-verband te voorkomen.

Hechtpleisters

Hechtpleisters zijn bedoeld voor de fixatie van wondbedekkers, zwachtels of drains. Ze zijn er in allerlei soorten en maten. De traditionele (ouderwetse) pleisters hebben een kleeflaag van zinkoxide, rubber of hars. Hierbij is de kans groot dat er huidreacties ontstaan als roodheid of ontvelling op plaatsen waar de pleister wordt geplakt. Dit wordt ‘het stripeffect’ genoemd. Moderne hechtpleisters hebben een hypoallergene kleeflaag van polyacrylaat of siliconen.

Het verschil in hechtpleisters wordt vooral bepaald door de ruglaag van de pleister. Deze kan van verschillende materialen zijn, zoals katoen, non-woven materiaal of folie.

Volvlakfixatie

Een andere mogelijkheid voor het fixeren van verbandmaterialen is het gebruik van zogeheten ‘volvlakfixatie’. Met brede stroken pleister (van 5 tot 20 cm) wordt verband op de huid gefixeerd. Door het grote oppervlak en de rek die aanwezig is in volvlakfixatie, wordt de belasting (vooral de trekkrachten) verdeeld over het huidoppervlak. Daardoor is er minder risico op blaarvorming of ontvelling van de huid. Volvlakfixatie kan met zowel non-woven materialen als met folies.

Aandachtspunten bij het verstrekken

  • In veel windsels is latex verwerkt. Dit is dus af te raden bij cliënten met een allergie voor latex. Als je weet dat een cliënt een allergie heeft voor latex, kun je dit in het AIS noteren. Geef bij een eerste uitgifte mee dat als de cliënt een allergische reactie heeft op latex, hij contact op kan nemen met de apotheek.
  • Wijs de cliënt erop dat het belangrijk is dat windsels niet te strak worden gewikkeld. Dan kan een afknelling van de circulatie ontstaan. Het is belangrijk de juiste maat te kiezen om knellende verbanden te voorkomen.
  • Wijs er vooral bij ouderen op, dat bij ouderwetse pleisters de kans groot is dat er huidreacties ontstaan als roodheid of ontvelling op de plaats waar de pleister wordt geplakt. Er zijn moderne hechtpleisters beschikbaar met een hypoallergene kleeflaag van polyacrylaat of siliconen die veel gemakkelijker en pijnloos te verwijderen zijn, en dit effect niet hebben.