Afhandelen van recepten

Regelmatig krijg je in de apotheek recepten voor verbandhulpmiddelen. Hoe handel je deze recepten af? Welke vragen stel je aan de cliënt? Wanneer verwijs je de cliënt door naar een arts? En hoe kun je nagaan of de middelen worden vergoed of niet?

Zicht krijgen op de zorgvraag

Als een cliënt of mantelzorger met een recept voor verbandhulpmiddelen aan de balie staat, is het goed om altijd na te gaan of de verbandhulpmiddelen aansluiten op de zorgvraag.

Ga bij cliënten met langdurige wonden na of ze opvallend vroeg of juist laat zijn voor de vervolguitgifte. Vraag eventueel naar de reden hiervoor.

Stel open vragen als:

  • Hoe gaat het met u?
  • Heeft u veel last van de wond?
  • Gaat het inmiddels beter met de wond?
  • Hoe bevallen de verbandhulpmiddelen?


Geeft de cliënt aan dat de materialen niet prettig zijn in gebruik, vraag dan goed door wat er precies mis is met het huidige materiaal. Is er sprake van een allergische reactie op het materiaal, laat het materiaal snel los, jeukt het materiaal, knelt het, lekt het wondvocht of ruikt het onprettig?

Het recept is niet passend

Wat doe je als de cliënt aangeeft dat de wondverbandhulpmiddelen problemen opleveren in het gebruik of wanneer de voorgeschreven middelen niet overeenkomen met de klachten?

  • Zorg ervoor dat je goed op de hoogte bent van de verschillende materialen zodat je eventueel alternatieven kunt voorstellen. Bij vragen of twijfels kun je contact opnemen met een wondverpleegkundige van de apotheek, thuiszorg of het ziekenhuis om je bevindingen te bespreken.
  • Ga na wie daadwerkelijk de wondverbandhulpmiddelen heeft voorgeschreven. Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat de huisarts het recept heeft uitgeschreven op vraag van de thuiszorg. Neem bij twijfels over het recept contact op.
  • Geeft de zorgvrager aan dat de wond niet goed reageert op het verband, gaat de wond achteruit of er is geen verandering in de wondgenezing, verwijs dan door naar de arts, specialist, wondconsulent of wondverpleegkundige.
  • Als er problemen zijn met het gebruik en de voorschrijver is niet bereikbaar, geef dan een kleine levering van het voorgeschreven materiaal mee. Als het materiaal converteerbaar is naar een ander merk met dezelfde eigenschappen, mag ook het andere materiaal meegegeven worden, mits er een B4-code op het recept of het ZN-formulier staat.

Doorverwijzen naar de behandelaar

Wanneer stuur je de cliënt door naar de huisarts of behandelaar?

  • Bij het vermoeden van een ontsteking of een infectie die nog niet gezien is door een behandelaar.
  • Als een acute wond na twee tot drie weken geen genezing laat zien.

Advies over gebruik

Voor je advies geeft over het gebruik van de middelen, ga je na wat de cliënt al weet.

  • Wat heeft de arts/verpleegkundige u al verteld over het gebruik van de verbandmiddelen?
  • Bent u tot nu toe tevreden over de verbandmiddelen?
  • Heeft u nog vragen over het gebruik van de verbandmiddelen?

Vergoeding

Geef de cliënt zoveel mogelijk duidelijkheid over de vergoeding door de zorgverzekeraar. Zo komt de cliënt niet voor verrassingen te staan.

Hoe ga je na of de middelen in aanmerking komen voor vergoeding?

  • Controleer of er op een recept van de huisarts een B4-code is aangegeven of dat er een ZN-aanvraagformulier is voorgeschreven door een specialist, verpleegkundig specialist of wondconsulent.
  • Kijk in de Z-Index of er achter het voorgeschreven product de code ‘H’ (H = hulpmiddel, komt voor vergoeding in aanmerking) of de code ‘N’ (N = niet vergoeden) staat.


Als het middel voor vergoeding in aanmerking komt, vertel de cliënt dan dat de middelen worden vergoed als het eigen risico al verbruikt is. Anders kan de cliënt alsnog een rekening krijgen.


Krijgt de cliënt een recept zonder B4-code of ZN-formulier, dan betekent dit dat het recept NIET voor vergoeding in aanmerking komt. Ook bij een code ‘N’ in de Z-Index komt het product niet voor vergoeding in aanmerking.

Geef de cliënt hier zo snel mogelijk duidelijkheid over. Vraag voor je het recept gaat klaarmaken of de cliënt weet dat de middelen niet worden vergoed en geef vervolgens duidelijkheid over de prijs.

Heeft de cliënt moeite met de prijs, kun je samen met de cliënt zoeken naar goedkopere alternatieven. Als het materiaal geconverteerd kan worden, is geen nieuw recept nodig.

Wanneer verwijs je naar de huisarts?

Verwijs cliënten altijd door naar de huisarts:

  • bij zeer ernstige verwondingen, zoals een slagaderlijke bloeding of een diepe gapende wond;
  • bij de beet van hond of kat of bij wonden die in contact zijn geweest met straatvuil. Een tetanusinjectie kan dan een ontsteking door bacteriën voorkomen;
  • als de wond gehecht is na een dierenbeet, geeft dit risico op op infectie. Verwijs door wanneer er opvallend veel wondvocht uit de wond komt, de wond rood en warm wordt of de zorgvrager koude rillingen heeft.
  • bij moeilijk te verwijderen splinters;
  • bij brandwonden met blaren, een open wond of chemisch of elektrisch letsel;
  • bij wonden die na twee weken nog niet goed genezen, zoals doorligwonden (decubitus). Vraag bij decubitus altijd door naar de voeding en inzet van antidecubitus-maatregelen;
  • bij wonden die ontsteken. Vraag door naar ontstekingsverschijnselen als pijn, warmte, zwelling en roodheid.