Samengevat 3

In dit hoofdstuk heb je gezien hoe belangrijk een goede voedingstoestand is voor zieke en oudere mensen. Met een goede voedingstoestand voel je je sterker en kun je meer aan. Probeer daarom mee te denken met je cliënt om problemen rondom eten en voeding op te lossen. En overleg met je apotheker of een arts als je problemen vermoedt met betrekking tot ondervoeding of tekorten.

Casus meneer Kraan

Meneer Kraan levert zijn recept voor bloeddrukverlagers in. Terwijl jij zijn geneesmiddelen klaarmaakt, kiest hij twee zakjes drop uit het assortiment naast de balie.


Wat zou jij doen? Ga je hem vertellen dat hijzelf beter geen kan drop kan eten?


Casus mevrouw De Bot

Mevrouw De Bot krijgt orale chemotherapie. Tegen de misselijkheid krijgt ze ondansetron, maar haar man, die vandaag de medicatie ophaalt, vertelt dat ze ook zo’n last heeft van ontstekingen in haar mond. Daardoor kan ze moeilijker eten, en daar maakt ze zich zorgen over, want ze wil graag zo goed mogelijk hier doorheen komen.


Welke tips zou jij haar geven?


Casus meneer Leclerc

Meneer Leclerc is 75 jaar en heeft diabetes type 1 en artrose. Hij heeft een maand geleden flinke griep gehad, met koorts, overgeven en diarree. Hij is erg moe, blijft het liefst in zijn bed, ook nu hij geen griep meer heeft. Zijn dochter komt insuline halen en vertelt dat ze zich zorgen maakt. Eten, drinken en het innemen van zijn medicatie verlopen allemaal minder goed dan voor de griep.


Wat zou jij doen?