Samengevat 2

Je hebt in dit hoofdstuk geleerd dat geneesmiddelen invloed hebben op de opname en het metabolisme van voedingsstoffen, waardoor tekorten kunnen ontstaan in vitaminen en mineralen. Ook zag je welke geneesmiddelen de voedingsstatus van een cliënt kunnen beïnvloeden, en hoe: de stofwisseling vertragen of versnellen, of de eetlust verhogen of verminderen.

Signaleren

Een goede voedingstoestand is essentieel voor de gezondheid van je cliënt. Door je bewust te zijn van de mogelijke effecten van geneesmiddelen op de voedingstoestand van je cliënt, kun je tekorten of ondervoeding signaleren en eventueel voorkomen.

Casus meneer Karouchi

Meneer Karouchi is diabeet en voelt zich de laatste weken niet in orde. Hij heeft minder zin in eten, alles smaakt hetzelfde en hij voelt zich slap en futloos. Tijdens het ophalen van zijn medicatie vraagt de apothekersassistent hoe het met hem gaat en vertelt hij zijn verhaal.

De apothekersassistent zoekt in het AIS de medicatiegegevens op van meneer Karouchi. Meneer Karouchi gebruikt onder andere metformine (recent verhoogd), gliclazide, omeprazol, naproxen (reumatoloog), acetylsalicylzuur, metoprolol, simvastatine en enalapril


Welk advies kan de apothekersassistent meneer Karouchi geven?