Samengevat

In dit hoofdstuk heb je gezien hoe de combinatie van voedsel met geneesmiddelen problemen kan geven. Voedsel kan de werkzame hoeveelheid van een geneesmiddel verminderen of verhogen:

  • door een interactie in het maag-darmkanaal;
  • door beïnvloeding van opname van het geneesmiddel;
  • door beïnvloeding van de biotransformatie in de lever.

Duidelijke inname-adviezen

Wees duidelijk bij je inname-advies wanneer het geneesmiddel moet worden ingenomen, en waarmee. Bijvoorbeeld:

  • een half uur voor het ontbijt;
  • een uur voor of twee uur na het eten innemen;
  • niet met melkproducten innemen.


Zijn er moeilijkheden, kijk dan goed wat je cliënt nodig heeft en bekijk samen hoe je het kunt oplossen.

Casus mevrouw Yılmaz

Mevrouw Yılmaz gebruikt voor haar reumatoïde artritis o.a. methotrexaat, foliumzuur en prednisolon. Met alleen prednisolon is de reuma niet onder controle te krijgen. De dosering prednisolon is 10 mg en wordt langdurig gebruikt. Recent heeft de apotheker contact gehad met de reumatoloog over het starten van osteoporose profylaxe vanwege de hoogte van de prednisolondosering en de duur van het gebruik. Mevrouw komt hier namelijk voor in aanmerking.


Mevrouw Yılmaz levert nu een recept in voor alendroninezuurtabletten en calcium met vitamine D. Welke inname-adviezen zou jij mevrouw Yılmaz meegeven?


Opletten

Interacties met geneesmiddelen komen niet alleen voor bij voedingsproducten, maar ook bij supplementen met veel calcium, magnesium, ijzer of zink, vitaminepreparaten en kruidenpreparaten. Het is daarom goed om altijd na te vragen wat een cliënt nog meer gebruikt, zodat hij niet met onverwachte interacties te maken krijgt.