Effect geneesmiddel op opname en werking van:

vitaminen en mineralen

Geneesmiddelen kunnen tekorten in vitaminen of mineralen veroorzaken

Maagzuurremmers: vitamine B12- en magnesiumtekort

Maagzuurremmers verminderen de opname van vitamine B12 in de dunne darm. Hoe dat komt? Om vitamine B12 vrij te maken uit eiwitten, zijn maagzuur en het enzym pepsine nodig. Maagzuurremmers zoals omeprazol en pantoprazol remmen de aanmaak van maagzuur en pepsine, waardoor vitamine B12 minder goed wordt vrijgemaakt uit het voedingseiwit.

Maagzuurremmers verminderen ook de opname van verschillende mineralen, zoals calcium en magnesium. Het langdurig gebruik van protonpompremmers verhoogt het risico op een magnesium-, ijzer-, kalium-, natrium of calciumtekort. Door hier alert op te zijn en klachten door deze tekorten vroegtijdig te herkennen, kun je met voedingssupplementen de tekorten weer aanvullen.


Diuretica, zouthuishouding en vitamine B1

Normaal gesproken regelen de nieren hoeveel mineralen als natrium en kalium er in het lichaam zitten. Diuretica zorgen dat de nieren harder gaan werken en meer water uitscheiden. Maar daardoor krijg je ook een verstoring van de regulering van die mineralen, waardoor tekorten aan kalium, zink en magnesium kunnen ontstaan.

Langdurig gebruik van diuretica als furosemide kan ook leiden tot een tekort aan vitamine B1 (thiamine), omdat dat met de toegenomen urineproductie mee het lichaam uit verdwijnt.


Casus meneer Willemsen

Meneer Willemsen wordt in het ziekenhuis opgenomen met plotselinge kortademigheid, zwakte en duizeligheid. Zijn bloeddruk en hartslag zijn erg laag. Hij gebruikt furosemide, spironolacton en digoxine. De kaliumwaarde in zijn bloed is gevaarlijk hoog: hij heeft een hyperkaliëmie. Zijn vrouw vertelt dat ze sinds enkele maanden ‘gezonde’ zoutvervangers zijn gaan gebruiken.


Wat is er volgens jou aan de hand?


Corticosteroïden: calciumtekort en extra vitamine D

Corticosteroïden als prednisolon verminderen de calciumopname in de darm en verhogen de calciumuitscheiding in de urine. Dit zorgt voor een tekort aan calcium, waardoor calcium uit het bot wordt ‘gehaald’ om het tekort weer aan te vullen. Dit zorgt voor zwakkere botten en kans op osteoporose.

Vitamine D verhoogt de opname van calcium uit de darmen, vandaar het advies om dit standaard bij corticosteroïdgebruik boven de 70 jaar te geven in combinatie met calcium (als sprake is van onvoldoende intake met de dagelijkse voeding).


Statines en vitamine D-tekort

Spierklachten komen voor bij mensen die statines gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat een relatie bestaat tussen statines en vitamine D: mensen die statines gebruiken en spierklachten hadden, bleken ook te weinig vitamine D in het lichaam te hebben. De oorzaak? Statines verminderen de cholesterolproductie en cholesterol is nodig voor de aanmaak van vitamine D in de huid. Wanneer de cliënten extra vitamine D kregen, verdwenen de spierklachten bij 92% van hen. Daarom is het aan te raden om bij statinegebruik regelmatig de vitamine D-waarde in het bloed te bepalen.


Metformine en vitamine B12-tekort

Er lijkt een relatie te zijn tussen langdurig gebruik van metformine en vitamine B12-tekort. Omdat de symptomen van dit tekort erg lijken op de bijwerkingen van het medicijn metformine (gebrek aan eetlust, bleek zien, slap en moe gevoel, diarree, gewichtsverlies) worden deze verschijnselen vaak ten onrechte toegeschreven aan de effecten van de metformine. Bovendien is vitamine B12 belangrijk voor de werking van zenuwen en het cognitief functioneren.


Juist doordat de symptomen van een B12-tekort niet opvallen binnen het beeld van diabetes en de bijwerkingen van de metformine, is het van belang om te controleren op vitamine B12-tekort. Heb je een cliënt met deze klachten? Verwijs dan naar de huisarts om dit te bespreken.


Cumarinen en vitamine K

De klassieke antistollingsmiddelen fenprocoumon en acenocoumarol zijn vitamine K-antagonisten en werken vitamine K (afhankelijke stollingsfactoren) tegen. Een grote hoeveelheid vitamine K in voeding (zoals in broccoli, spruitjes, groene bladgroenten en sojaolie) en supplementen kan de werkzaamheid van het antistollingsmiddel verminderen. Het is aanbevolen om de dagelijkse hoeveelheid vitamine K-inname ongeveer constant te houden bij cliënten die deze geneesmiddelen gebruiken.

Steeds vaker worden zogenaamde directe orale anticoagulantia (DOAC’s) voorgeschreven. Hierbij speelt de wisselwerking met vitamine K geen rol.


Casus mevrouw Slagmolen

Mevrouw Slagmolen vraagt om Davitamon® Calcium. Je voert het in in het AIS, en ziet dat ze acenocoumarol gebruikt. Als je haar wijst op de vitamine K in het product, zegt ze: ‘Nou ja, vitamines kunnen toch geen kwaad?’


Wat zou jij haar antwoorden?


Anticonceptiepil en tekort aan
foliumzuur en magnesium

Gebruik van de anticonceptiepil (combinatiepil met oestrogeen en

progestageen) kan soms leiden tot een tekort aan foliumzuur en magnesium.

Met name langdurig gebruik kan leiden tot een suboptimale voedingstoestand en klachten door de tekorten.


“Mineralen- en vitaminetekorten treden vaak geleidelijk op en zijn lastig te herkennen, ook voor artsen. Jij als apothekersassistent hoeft ook zeker geen tekorten vast te stellen, maar bewustwording bij jou dat tekorten kunnen optreden bij bepaalde geneesmiddelen is al een grote stap dichter bij signaleren!”