Effect geneesmiddelen op lichaamsgewicht

Het is belangrijk dat je weet dat sommige geneesmiddelen de voedingstoestand van een cliënt kunnen beïnvloeden. Want als geneesmiddelen de eetlust of het hongergevoel bevorderen of verminderen, of de stofwisseling beïnvloeden, heeft dat ook gevolgen voor het lichaamsgewicht. Dat kan een direct effect zijn: eetlust remmen of stimuleren.

Als een geneesmiddel voor misselijkheid of maag-darmklachten zorgt, kan sprake zijn van een indirect effect van het middel op het lichaamsgewicht. Een cliënt die misselijk is, zal minder goed eten. Of als een geneesmiddel voor veranderde smaak en reuk zorgt, kan de eetlust afnemen. Een beetje gewichtsverlies of -toename is niet erg, maar te veel kan de gezondheidstoestand van je cliënt wel beïnvloeden. Vooral bij ouderen kan het risico op ondervoeding toenemen.

Antipsychotica

Sommige antipsychotica kunnen zorgen voor gewichtstoename doordat ze de stofwisseling vertragen en de eetlust doen toenemen. Het gaat bijvoorbeeld om de medicijnen olanzapine, quetiapine, risperidon en clozapine.

Antidiabetesmiddelen

Medicijnen tegen diabetes kunnen gewichtstoename veroorzaken doordat ze de stofwisseling vertragen. Een uitzondering is metformine: dit diabetesmedicijn versnelt de stofwisseling, waardoor het juist voor gewichtsafname kan zorgen.

Lithium

Lithium kan dorst (vooral dorst in calorierijke dranken) als bijwerking hebben. Als iemand daardoor veel calorierijke dranken gaat drinken, kan dit gewichtstoename als gevolg hebben. Ook vertraagt lithium de stofwisseling en kan het de werking van de schildklier veranderen (hypothyreoïdie), waardoor iemand kan aankomen. Advies bij dorst is: drink water of thee zonder suiker.

Corticosteroïden

Corticosteroïden kunnen voor een gewichtstoename zorgen door vertraagde stofwisseling, sterkere eetlust en vocht vasthouden.

Anticonceptiepil

De pil kan toename van de eetlust geven en het vasthouden van vocht veroorzaken, met gewichtstoename als gevolg.

Eetlust verminderen

Veel geneesmiddelen die misselijkheid als bijwerking hebben, zorgen ook voor een verminderde eetlust, waardoor gewichtsverlies kan optreden. Voorbeelden zijn metformine en methylfenidaat. Door het geneesmiddel bij het eten in te nemen, kan de misselijkheid verminderen of voorkomen worden.

Droge of pijnlijke mond

Ook als een geneesmiddel als bijwerking een droge of pijnlijke mond geeft, kan dat de inname van voedsel hinderen. Zo kunnen methotrexaat en azathioprine ontsteking van het mondslijmvlies geven. Anticholinergica zoals amitriptyline, clomipramine en solifenacine (Vesicare®) hebben als bijwerking een droge mond. Het kan dan lastig zijn om eten weg te krijgen, en kan de eetlust verminderen.

Smaakverlies

Smaak is essentieel voor de waardering van voedsel. Daarom kunnen mensen minder trek hebben en minder eten als de smaak is verstoord. Sommige medicijnen hebben smaakverstoring als bijwerking. De cliënt heeft bijvoorbeeld een metaalsmaak of zoete smaak in de mond of proeft minder goed. Soms is de smaak tijdelijk helemaal weg. Een aantal belangrijke voorbeelden van geneesmiddelen met deze bijwerking zijn:

  • metronidazol (Flagyl®), antibioticum;
  • terbinafine (Lamisil®), antischimmelmiddel;
  • ACE-remmers (zoals enalapril, perindopril en lisinopril);
  • chloorhexidine (mondspoeling): antisepticum;
  • penicillamine: antibioticum;
  • metformine: antidiabeticum (metaalsmaak).