Uitgifte van geneesmiddelen met valrisico

Kijk bij een uitgifte aan oudere cliënten altijd of de medicatie een verhoogd valrisico met zich meebrengt. Vraag de cliënten of ze de laatste jaren wel eens zijn gevallen, of ze slecht ter been zijn en of ze bang zijn om te vallen.

Informeer ook bij tweede en vervolguitgifte naar bijwerkingen als duizeligheid, sufheid of vermoeide spieren en (angst voor) vallen. Want ook na langer gebruik kunnen problemen ontstaan.

Slaap- en kalmeringsmiddelen

Slaap- en kalmeringsmiddelen werken spierontspannend en versuffend. Het kan daardoor moeilijk zijn om op de been te blijven als je onder invloed bent van deze middelen.

Kortwerkende middelen (bijvoorbeeld temazepam, zolpidem) helpen om in te slapen en zijn de volgende ochtend meestal uitgewerkt. Dit kan echter per persoon verschillen en hangt ook af van de dosering. Langwerkende middelen (bijvoorbeeld nitrazepam) helpen om door te slapen. Er is een kans dat hun versuffende werking ‘s morgens nog niet voorbij is.

Bij het ’s nachts opstaan, bijvoorbeeld om te gaan plassen, moet de cliënt extra voorzichtig zijn. Daarnaast zijn de juiste dosering en het juiste gebruik belangrijk.

Een slaapmiddel kan het beste maar een paar dagen gebruikt worden en in elk geval niet langer dan 2 weken. Anders is hulp bij afbouwen geboden.

Diuretica

Diuretica, ook wel plastabletten genoemd, zoals furosemide en hydrochloorthiazide, worden veel voorgeschreven bij hoge bloeddruk of hartproblemen, of wanneer iemand te veel vocht vasthoudt. Ze zorgen voor een versnelde afvoer van vocht uit het lichaam. Dat verlaagt de bloeddruk. Daardoor worden sommige mensen duizelig als ze opstaan uit bed of uit een stoel.

Het advies is dan om niet te snel op te staan en bij duizeligheid weer even te gaan liggen of zitten. Meestal wordt de duizeligheid minder als het lichaam gewend is aan de lagere bloeddruk. Geadviseerd wordt om diuretica niet ’s avonds in te nemen. De cliënt moet dan vaak naar de wc, wat ten koste gaat van de nachtrust en wat ook weer valgevaar met zich meeneemt.

Bètablokkers

Ook bètablokkers zoals metoprolol kunnen duizeligheid, sufheid of een licht gevoel in het hoofd veroorzaken. Vaak gaan deze verschijnselen over als het lichaam gewend is aan de lagere bloeddruk en tragere hartslag. Het is dus vooral belangrijk de cliënt hierop te wijzen als hij net een nieuw middel gebruikt of een hogere dosis dan hij gewend is.

Cholesterolverlagers

Cholesterolremmers hebben bijwerkingen op de spieren. Ze veroorzaken soms duizeligheid, spierpijn en een moe gevoel in de benen, met valgevaar tot gevolg.

Pijnstillers

Alle opiaten, waaronder fentanyl,tramadol of oxycodonen morfine, kunnen door hun versuffende werking een verhoogd risico geven op vallen.De voorkeur bij ouderen is paracetamol. NSAID’s hebben weer andere risico’s en interacties die bij ouderen vaak sterker optreden.

Antidepressiva

Sommige antidepressiva, zoals amitryptiline en mirtazapine, kunnen sufheid met zich meebrengen, die de kans op vallen verhoogt. Het kan de cliënt helpen om het middel ‘s avonds in te nemen. De meest versuffende werking valt dan in de nacht. Daarom wordt bijvoorbeeld mirtazapine, in een lagere dosis, soms als slaapmiddel gebruikt.

Anti-epileptica

De meeste anti-epileptica, zoals carbamazepine en topiramaat, geven sufheid en slaperigheid, de een wat meer dan de ander. Deze bijwerkingen brengen een valrisico met zich mee. Verandering van de dosering of het tijdstip van inname kan deze bijwerkingen verminderen. Dit moet altijd met de arts worden overlegd.

Overige medicatie

Ook andere medicatie, bijvoorbeeld medicatie met een anticholinerge werking, kan het valrisico verhogen. Als de cliënt aangeeft zich regelmatig duizelig, suf of slaperig te voelen, of het afgelopen jaar is gevallen, bespreek dan met de apotheker of een medicatiebeoordeling aangewezen is of een verwijzing naar de huisarts.

Je kunt de cliënt ook altijd de brochure Medicatie en vallen meegeven.