Oorzaken van vallen


Ouderen vallen vaker dan jongere mensen. Wat zijn daarvan de oorzaken?

De omgeving

Een inrichting van het huis met veel kleedjes, afstapjes en drempels en gladde vloeren brengt veel valrisico met zich mee. Daarnaast kunnen het ontbreken van goede verlichting en een onoverzichtelijk loopcircuit het vallen bevorderen. Ook de inrichting van de badkamer en toilet is belangrijk. Een inloopdouche, ruwe vloeren en het monteren van beugels kunnen valrisico verlagen. Met elkaar kunnen we rekening houden met ouderen door de openbare ruimte zo in te richten dat mensen die minder goed ter been zijn, minder snel vallen. Denk bijvoorbeeld aan het niet parkeren van auto’s op de stoep, fietsen netjes neerzetten en de stoepen sneeuwvrij houden in de winter. Ook bij het inrichten van openbare ruimten moet goed oog zijn voor valgevaar.

Beperkt zicht

Ouderen zien vaak slechter. Door staar of andere oogafwijkingen bijvoorbeeld. Tevens kan het zicht verslechteren door het gebruik van oogdruppels of oogzalf. Maar ook is de bril niet altijd goed afgesteld. Als je slechter ziet, vallen contrasten weg. Daardoor zie je afstapjes of oneffenheden minder goed en kun je diepte minder goed inschatten. Daardoor struikel en val je sneller.

Medicatiegebruik

Ouderen gebruiken vaak meerdere geneesmiddelen tegelijk. Uit onderzoek blijkt het gebruik van 5 of meer medicijnen extra valrisico op te leveren. Maar ook het gebruik van specifieke medicatie kan het risico op vallen verhogen. Het gaat dan vooral om psychofarmaca, maar ook om bijvoorbeeld geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk. Daarnaast kan het verkeerd gebruiken van medicatie leiden tot een verhoogd valrisico, bijvoorbeeld slaapmiddelen die overdag worden gebruikt.

Minder kracht en balans

De spierkracht neemt af met het ouder worden. Op je zeventigste is je spiermassa vaak tot wel 40 procent afgenomen. Ook de reactiesnelheid vermindert bij het ouder worden. Het gevolg is dat je eerder struikelt en als je struikelt, je de val minder goed kunt opvangen.

Veel bewegen helpt om de spierkracht zo goed mogelijk op peil te houden en de motorische vaardigheden te onderhouden.

Botdichtheid neemt af

Doordat de botdichtheid afneemt bij het ouder worden, is de kans op botfracturen bij het vallen verhoogd. Ook hierbij helpt het om te sporten en krachttraining te doen.

Ouderen hebben daarnaast nog wel eens een tekort aan vitamine D. Vitamine D levert een bijdrage aan een betere botkwaliteit en heeft een gunstig effect op spierkracht en balans.

Chronische aandoeningen

Verschillende chronische aandoeningen zorgen voor een slechtere motoriek. Denk bijvoorbeeld aan de ziekte van Parkinson of reuma. Maar ook dementie kan valgevaar vergroten. Mensen met dementie hebben minder de aandacht bij het bewegen, zijn soms onrustig of hebben sterke bewegingsdwang. Ook zorgen chronische ziekten vaak voor vermoeidheid en dat leidt ertoe dat je je zwakker voelt en slechter in staat bent de deur uit te gaan en te bewegen.

Angst om te vallen

De angst om te vallen leidt er vaak toe dat de oudere minder gaat bewegen. Daardoor wordt een vicieuze cirkel in werking gezet. Door minder bewegen gaan de spierkracht en motoriek snel achteruit, wat het valrisico juist weer verhoogt.

De angst voor vallen kan ook tot sociaal isolement leiden, doordat een oudere met valangst de deur niet goed uit durft.