Anticholinergica

Anticholinergica zijn middelendie onwillekeurige bewegingen van de spieren remmen bij heel uiteenlopende aandoeningen. Ook zorgen zij voor een evenwicht in de productie van dopamine en acetylcholine in het lichaam. Anticholinergica kunnen een verhoogd risico op vallen geven.

Doordat ouderen gevoeliger zijn voor de effecten van anticholinergica, moeten deze middelen bij ouderen zoveel mogelijk worden vermeden.

De werking

Anticholinergica blokkeren de werking van de boodschapperstof (neurotransmitter) acetylcholine in de hersenen. Acetylcholine is betrokken bij het aansturen van de spieren vanuit het zenuwstelsel, wanneer het lichaam in rust is. Denk aan de onwillekeurige bewegingen van de spieren in het maag-darmkanaal, de longen, de urinewegen en andere lichaamsdelen. Een anticholinergicum zorgt ervoor dat de spieren van deze orgaansystemen ontspannen.

Bij ouderen

De kans op anticholinerge bijwerkingen wordt groter met het toenemen van de leeftijd, omdat de hoeveelheid acetylcholine afneemt bij het ouder worden. Bij cliënten met de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie neemt het nog meer af. Daarnaast gebruiken oudere cliënten vaak 3 of meer anticholinerge geneesmiddelen tegelijkertijd.

Geneesmiddelen

Er zijn meer dan 600 geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze anticholinerge effecten hebben. In de tabel zie je een aantal voorbeelden.

Indicatie

Anticholinergica worden onder andere ingezet bij:

Bijwerkingen

Bijwerkingen van anticholinergica die tot vallen kunnen leiden:

  • slechter zicht:

o minder scherp zien;

o pupilverwijding en daardoor lichtgevoeligheid;

o dubbelzien;

o tunnelzicht;

o zien van lichtflitsen;

  • duizeligheid;
  • slaperigheid;
  • ataxie: dit is een term voor een groep van aandoeningen die de coördinatie, balans en het spraakvermogen van een cliënt aantasten;
  • concentratieproblemen;
  • verwardheid.