Uitgiftegesprekken

Belang van goede voorlichting

Je hebt in het vorige onderdeel over de behandeling van reuma gezien dat geneesmiddelen voor reuma niet zonder bijwerkingen zijn. Tegelijkertijd gebruiken veel mensen met reuma geneesmiddelen als onderhoudsbehandeling. Dit is soms best lastig, want dat betekent dat je ook geneesmiddelen moet gebruiken in de periodes dat je geen klachten hebt. Soms gaat dat ten koste van de therapietrouw. Goede voorlichting en gespreksvoering kunnen hierbij het verschil maken. Geef cliënten de ruimte om te vertellen wat ze van het gebruik van de medicatie vinden en vraag eens of ze moeite hebben om de geneesmiddelen regelmatig in te nemen.

Uitgiftegesprekken

Bij een eerste uitgifte is het handig om aan de cliënt te vragen wat hij of zij al weet over de geneesmiddelen. Je kunt je voorlichting daarmee afstemmen op de cliënt en aanvullen wat hij of zij nog niet weet. Je kunt iets vertellen over de werking van het geneesmiddel, het gebruik ervan en de veelvoorkomende bijwerkingen. Bij gebruik van methotrexaat is het bijvoorbeeld van belang om nog eens extra duidelijk te benadrukken dat het geneesmiddel een keer in de week gebruikt moet worden, en niet elke dag.

Tijdens het tweede uitgiftegesprek bespreek je of het lukt om het geneesmiddel juist in te nemen, wat het effect is geweest van het geneesmiddel en of de cliënt last heeft van bijwerkingen. Wees bij DMARD’s alert op bijwerkingen zoals bleekheid, duizeligheid en blauwe plekken. Dat kan wijzen op beenmergdepressie, waarbij er te weinig rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes worden aangemaakt. Hiermee moeten cliënten op korte termijn naar een arts.

Als er bijwerkingen naar voren komen die nog niet bekend zijn bij dit geneesmiddel, kun je dit melden bij het Lareb, het bijwerkingencentrum dat informatie verzamelt over bijwerkingen bij geneesmiddelen.

Therapietrouw bevorderen

Je kunt de therapietrouw monitoren door de cliënt te vragen naar het gebruik en of het lukt om de medicatie volgens voorschrift in te nemen. Als je dit doet met een open, niet-veroordelende houding, zijn cliënten sneller geneigd om je dit toe te vertrouwen. Ook kun je in het AIS zien of cliënten hun medicatie op tijd komen ophalen.

Als de therapietrouw niet optimaal is, kun je bespreken wat de cliënt in de weg staat om de medicatie goed te gebruiken. Zijn er bepaalde zorgen of angsten, zijn er lastige bijwerkingen of is de cliënt het gewoon vergeten? Als het probleem duidelijk is, kun je samen op zoek naar een oplossing.

Lijkt het je leuk om nog meer te leren over het bevorderen van therapietrouw in de praktijk? Kijk dan eens naar de cursus ‘Therapietrouw’ van de SBA.