De invloed van gedachten

‘Kijk dat kapsel dat zij heeft’, hoor je een collega zeggen tegen een cliënt. Het gaat over jou. Je wordt boos. Probeert je collega jou nou voor schut te zetten? Je negeert haar de rest van de dag zoveel mogelijk.

Je had echter ook kunnen denken: ‘Oh, ze vindt mijn kapsel blijkbaar mooi en geeft het als voorbeeld.’ Je was misschien later op je collega afgestapt. ‘Had je het met je cliënt over mijn kapsel?’ Daarna had je misschien een leuk gesprek met haar kunnen hebben over kapsels.

De invloed van gedachten op ons gedrag

We denken vaak dat ons gedrag een logische reactie is op een bepaalde gebeurtenis. Maar juist de gedachten die we hebben bij een gebeurtenis bepalen de gevoelens die de gebeurtenis oproept. Bij een ander had dezelfde gebeurtenis misschien heel andere gedachten opgeroepen. De gedachten die we hebben, roepen bepaalde gevoelens op. En die gevoelens bepalen weer hoe we ons gaan gedragen, met alle gevolgen van dien.

Gedachten hebben dus veel invloed. Omdat het allemaal begint bij onze gedachten, kunnen we door het veranderen van onze gedachten, ook ons gedrag sturen.

De vijf G’s

De vijf G’s staan voor Gebeurtenis, Gedachten, Gevoel, Gedrag en Gevolg.

Voorbeeld 1

Je bent aan het werk in de apotheek en laat een stapel doosjes uit je handen vallen. (gebeurtenis)

Jouw leidinggevende draait zich om en kijkt je aan. Onmiddellijk volgt de gedachte: ‘ze zal me wel weer een kluns vinden’. (gedachte)

Je voelt je terneergeslagen en klein. (gevoelens)

Je durft je leidinggevende niet meer goed aan te kijken. (gedrag)

Het contact met je leidinggevende verloopt vervolgens stroef. (gevolg)

Voorbeeld 2

Je bent aan het werk in de apotheek en laat een stapel doosjes uit je handen vallen. (gebeurtenis)

Jouw leidinggevende draait zich om en kijkt je aan. Onmiddellijk volgt de gedachte: ‘ze zal me wel willen helpen met opruimen.’ (gedachte)

Je voelt je gesteund door je leidinggevende. (gevoelens)

Je maakt een grapje naar je leidinggevende. (gedrag)

Het contact met je leidinggevende verloopt vervolgens ontspannen. (gevolg)

Het 5G-model

In dit model zie je hoeveel invloed onze gedachten hebben op ons gedrag. Een gebeurtenis roept een gedachte op. De gedachte roept een gevoel op. Het gevoel bepaalt je gedrag. Andere mensen zien alleen jouw gedrag en reageren daarop. Wil je hier verandering in brengen, dan kun je dus het beste beginnen met het kijken naar je gedachten. Kloppen die wel? Helpen ze jou of belemmeren ze jou? En kun je je gedachten ook herformuleren? Als je gedachten anders zijn, worden ook je gevoel en je gedrag anders, en daarmee de uitkomsten.

Belemmerende gedachten

Sommige gedachten zijn voor ons zo logisch geworden, dat we er eigenlijk niet meer over nadenken en ze voor waar aannemen. Het zijn basisgedachten van waaruit we leven. Dat maakt ons leven een stuk overzichtelijker. Stel je voor dat je elke dag alles in twijfel zou trekken. Moet ik me wel aankleden? Is werken wel nodig? Zal ik stoppen voor een rood stoplicht?

De meeste van onze overtuigingen helpen ons verder. Toch zijn er ook gedachten die ons juist beperken. Belemmerende gedachten kloppen vaak niet of niet meer, of maar voor een heel klein deel. Anders gezegd, het zijn niet-helpende gedachten. Deze gedachten spoken echter in je hoofd en houden je tegen om veranderingen aan te gaan. En we hebben gezien dat gedachten veel invloed hebben op ons gevoel en gedrag, en daarmee ook gevolgen hebben.

Wat klopt er niet?

Wat klopt er niet aan belemmerende gedachten? Vaak ligt een van de onderstaande principes ten grondslag aan de gedachte:

  • Alles-of-niets denken: ‘Alles wat ik doe, moet helemaal perfect zijn.’
  • Alles diskwalificeren: ‘Het leven voelt als de ene teleurstelling na de andere.’
  • Negatieve zelf-labeling: ‘Ik voel me een mislukkeling. Ik schiet altijd tekort.’
  • Catastroferen: ‘Dit kan nooit goed komen.’
  • Gedachten lezen of invullen voor een ander: ‘Ze zullen me wel raar vinden.’
  • Overmatige behoefte aan goedkeuring: ‘Ik kan alleen maar blij en gelukkig zijn als iedereen me aardig vindt.’
  • Rampdenken: ‘Als ik mijn baan verlies, dan heb ik niets meer.’
  • Pessimisme: ‘Het leven is een strijd. Als er iets goeds gebeurt in mijn leven, staat er meestal iets slechts tegenover.’

Helpende gedachten

Als je belemmerende gedachten bij jezelf her- en erkent, kun je ze ombuigen naar helpende gedachten. Een belemmerende gedachte remt je af. Het geeft je een reden om iets niet te doen. Een helpende gedachte geeft je ruimte om te groeien. Het geeft je een reden om iets juist wél te doen.

Hoe kun je belemmerende gedachten ombuigen naar helpende gedachten?

  1. Her- en erken je belemmerende gedachten.
  2. Vraag je af of de gedachte wel juist is. Klopt het wel? Kun je het ook anders zien?
  3. Oefen jezelf in het bedenken van positief geformuleerde (helpende) gedachten die jou verder helpen.
  4. Bekijk of je nieuwe gedachte jou verder helpt. Welk gevoel roept het op en welke invloed heeft dit op je gedrag? Wat is het effect daarvan op je gevoel en gedrag?

Fixed en growth mindeset

Eerder in het e-boek heb je kunnen lezen over een fixed of een growth mindset. Met een fixed mindset kijk je meer naar wat je wilt bereiken en of dat haalbaar is. Je fixeert je op het doel en niet op de weg ernaartoe. Je wilt het direct kunnen, als beste uit de bus komen of binnen een bepaalde tijd een bepaald resultaat hebben bereikt. Lukt dat niet, dan stop je ermee. Bij een fixed mindset zitten gedachten jou in de weg om iets nieuws te leren.

Deze belemmerende gedachten over leren kun je ook omzetten. Zo ontwikkel je een growth mindset. Daarbij ga je ervan uit dat je ergens beter in kunt worden door veel te oefenen, te kijken naar anderen, te leren van fouten en het steeds opnieuw te proberen.