Toedieningsvormen

Je weet dat er verschillende toedieningsvormen zijn: pillen, capsules, poeders, drankjes, zalven, druppels, injecties, zetpillen. Hoe wordt de keuze voor een toedieningsvorm bepaald? Dat is afhankelijk van de cliënt, het geneesmiddel en de aandoening. Het maakt ook uit waar het geneesmiddel werkzaam moet zijn: lokaal (bijvoorbeeld oor, oog, neus, huid, rectum) of dat het via de bloedsomloop ergens in het lichaam terecht moet komen (systemisch).

Tip

Je kunt gebruikmaken van de Bijsluiter in Beeld om je cliënt duidelijke informatie – in pictogrammen – mee te geven hoe hij zijn geneesmiddelen moet innemen.


Oraal

De meest gebruikte toedieningsweg van een geneesmiddel is innemen via de mond. Omdat het geneesmiddel in de bloedsomloop terechtkomt, is sprake van systemische toediening.

Inhalatie

Inhalatie is in het algemeen gericht op een lokale werking, dus in de longen of in de neusholte. Een goede uitleg en regelmatige controle van de inhalatietechniek - en zo nodig omzetten van inhalatie-apparaat - is noodzakelijk voor een goed gebruik van de inhalatiemedicatie.

Via de huid

De meeste huidaandoeningen kunnen lokaal behandeld worden, bijvoorbeeld met zalven en crèmes. De kans op bijwerkingen ergens anders in het lichaam is dan klein. Sommige geneesmiddelen worden in pleisters verwerkt, waarbij het geneesmiddel via de huid langzaam en geleidelijk in het bloed terechtkomt. Voorbeelden: hormoonpleisters, nicotinepleisters en pleisters met pijnstiller (opiaten).

Via oog

Lokale toepassingen voor het oog zijn in de vorm van oogdruppels en oogzalf of ooggel. Een oogzalf of ooggel hecht zich iets langer aan het oogslijmvlies dan oogdruppels. Oogdruppelen is vaak een lastige manier van toedienen. Het is dus belangrijk dat je hier een goede uitleg bij geeft.

Via oor

Oordruppels worden gebruikt voor aandoeningen in de gehoorgang. Een oordruppel hoeft niet steriel te zijn, terwijl dit van een oogdruppel wel vereist is. Bij middenoorontstekingen met open trommelvlies kan het daarom voorkomen dat een KNO-arts oogdruppels voorschrijft die in het oor moeten worden gedruppeld.

Rectaal

Met een zetpil, klysma, rectiole of schuim kan een geneesmiddel rectaal worden toegediend. Een nadeel van rectale toediening is een onzekere en onregelmatige opname van het geneesmiddel door het slijmvlies van de darmen.

Injectie

Als het geneesmiddel snel en nauwkeurig in de bloedbaan moet komen, is een toediening per injectie nodig. Injecteren kan op verschillende plekken in het lichaam:

  • onder de huid (subcutane injectie);
  • inspuiting direct in de ader (intraveneuze injectie);
  • direct in het spierweefsel (intramusculaire injectie).

Een subcutane injectie kan de cliënt zich vaak zelf geven, na instructie. Denk aan geneesmiddelen als insuline bij diabetes, of middelen tegen reuma.