Doseringen

Als apothekersassistent moet je weten hoe je de dosering van een geneesmiddel op de juiste manier kunt controleren. Waarom is dat belangrijk? Een te hoge concentratie maakt de kans op bijwerkingen groter. En een te lage concentratie zorgt ervoor dat het gewenste effect van het geneesmiddel uitblijft.

Wat is belangrijk bij het vaststellen van de dosering en hoe controleer je de dosering?

Waar hangt dosering vanaf?

De dosering hangt af van het ziektebeeld, de toedieningsvorm en –weg, de opname en de nierfunctie. Een geneesmiddel kan voor verschillende ziektebeelden worden gebruikt. Bijvoorbeeld een antidepressivum dat in een lage dosering voor pijnbestrijding wordt gebruikt en in hogere dosering voor angst en depressie. Om de dosering goed te kunnen beoordelen, moet je natuurlijk wel weten waarvoor het middel wordt gebruikt.

Casus

Mevrouw Van der Zwan is 53 jaar. Ze heeft veel last van zenuwpijn en daarvoor krijgt ze amitriptyline. Wanneer ze hoort dat het een middel tegen depressies is, vraagt ze: ‘Maar ik ben niet depressief, ik heb alleen veel pijn. Klopt het dan wel dat ik dit middel moet gebruiken?’

Toedieningsvorm en opname

Een toedieningsvorm waarbij het geneesmiddel vertraagd wordt afgegeven, heeft meestal een andere dosering dan gewone tabletten. Ook heeft een rectale of parenterale toediening vrijwel altijd een andere dosering dan de orale toedieningsvorm. Dit komt doordat de toedieningswegen verschillen in opname en de mate waarin de werkzame stoffen van een geneesmiddel beschikbaar komen op de bedoelde plek (biologische beschikbaarheid).

Nierfunctie

Geneesmiddelen worden vaak via de nieren uit het lichaam verwijderd. Als de nieren niet meer goed werken, zal de dosering van een aantal geneesmiddelen aangepast moeten worden.

Doseringseenheid

De dosering wordt bij een volwassene opgegeven in een hoeveelheid per keer of per 24 uur.

Bij sommige geneesmiddelen, bijvoorbeeld cytostatica bij kanker, wordt de dosering uitgedrukt in mg per m2 lichaamsoppervlak (mg/m2). Het lichaamsoppervlak kan met een rekenmodule worden berekend uit de lengte en het gewicht.

Doseringscontrole

In veel gevallen controleert het apotheekcomputersysteem of de dosering correct is. Maar soms zul je zelf moeten controleren of de dosis voor een bepaalde cliënt klopt. Bijvoorbeeld bij afwijkende doseringen, zoals een dosering op basis van lichaamsoppervlak. Of als de indicatie niet bekend is en je eerst de indicatie moet navragen.

Welke naslagwerken kun je gebruiken om een dosering te controleren? De meest gangbare zijn het Farmacotherapeutisch Kompas, het Informatorium Medicamentorum (via KNMP Kennisbank) en het Kinderformularium.

Dosering bij kinderen

Kinderen vormen een aparte groep in de apotheek. Zij hebben vaak een lagere dosering nodig dan een volwassene. De meeste computersystemen geven bij kleine kinderen aan dat de dosering handmatig gecontroleerd moet worden. Er zijn twee methoden voor de bepaling van kinderdoseringen: op basis van hun lichaamsgewicht en op basis van leeftijd.

Om de dosering bij kinderen te controleren kun je dus gebruikmaken van het Kinderformularium.

Casus

Nick van 14 jaar is bij de kaakchirurg geweest, er zijn 2 verstandskiezen getrokken. Van de kaakchirurg heeft hij een recept gekregen: ibuprofen 600 mg, dosering 3 maal daags 1 tablet. Nick geeft het recept aan je. Hij doet alsof hij het niet nodig heeft, die pijnstillers, maar je ziet dat hij wel flinke pijn heeft. Nick weegt 51 kg. Je controleert de dosering in het Kinderformularium en ziet dat de maximale dosering voor Nick 1200 mg per dag is op basis van zijn leeftijd, en maximaal 1530 mg op basis van zijn gewicht. De voorgeschreven dosering is dus te hoog, en in overleg met de arts en de apotheker wordt het recept aangepast naar maximaal 3 maal daags 400 mg.

Dosering bij ouderen

Ook oudere cliënten zijn een speciale groep om extra rekening mee te houden. Ouderen zijn namelijk voor sommige geneesmiddelen gevoeliger, zodat eenzelfde dosis bij hen een groter effect heeft dan bij een jonger mens. Dat is bijvoorbeeld het geval bij antihypertensiva, opioïden en coumarines. Voor bètablokkers, diuretica en insuline is de gevoeligheid juist verminderd. Eenzelfde dosis heeft dan minder effect dan bij een jonger iemand. Daar moet je soms de dosis dus op aanpassen.