De weg van een geneesmiddel in het lichaam

Je weet dat de juiste dosering belangrijk is om het juiste effect te krijgen: de dosering bepaalt de concentratie van het geneesmiddel in het bloed (de bloedspiegel), en daarmee het effect van het geneesmiddel. Hoe snel een geneesmiddel werkt, wordt bepaald door de snelheid waarmee het geneesmiddel wordt opgenomen in de bloedbaan. Dit hangt onder andere af van de toedieningsvorm (tablet, zetpil, injectie), de maagvulling, de darmbeweging.

We nemen hier met je door welke weg een geneesmiddel in het lichaam aflegt en wat ermee gebeurt. Zo kun je beter aan je cliënt uitleggen hoe snel hij bijvoorbeeld effect kan merken van zijn geneesmiddel.


Tip: in het boek Farmaceutische patiëntenzorg vind je op pagina 44 een schema van de weg van het geneesmiddel in het lichaam.

Mond

Een geneesmiddel voor orale toediening wordt bijna altijd in zijn geheel doorgeslikt en wordt nauwelijks door het mondslijmvlies opgenomen. Alleen tabletten voor onder de tong of in de wangzak worden beter door het mondslijmvlies opgenomen en komen dan direct in het bloed. Het geneesmiddel heeft dan een snelle werking.

Slokdarm

In de slokdarm vindt geen opname van het geneesmiddel plaats. Het advies bij inname van geneesmiddelen is om het zittend of staand in te nemen met een half glas water. Dit voorkomt dat de tablet of capsule blijft steken in de slokdarm en dan de slokdarm kan irriteren of beschadigen.

Maag

In de maag komt het geneesmiddel in aanraking met maagzuur en verteringsappen. De meeste geneesmiddelen kunnen daartegen, een aantal worden door het voedsel in de maag of de maagsappen minder werkzaam. Hoe meer voedsel in de maag, hoe trager de doorgang naar de dunne darm. Bij deze geneesmiddelen is het advies ze op een nuchtere maag in te nemen: ten minste een half uur voor, of twee uur na de maaltijd. Dan is het verblijf in de maag zo kort mogelijk.

Maagsapresistente geneesmiddelen hebben een beschermlaagje waardoor ze niet in de maag uiteenvallen. Ook geneesmiddelen die de maagwand prikkelen en die juist met wat voedsel moeten worden ingenomen, hebben vaak zo’n beschermlaagje.

Dunne darm

In de dunne darm wordt het geneesmiddel door het darmslijmvlies opgenomen in de bloedbaan. Geneesmiddelen die een lokale werking op de maag of in de darmen hebben, worden niet in het bloed opgenomen. Via de darmen verlaat het geneesmiddel het lichaam.

Endeldarm

Bij rectale toediening wordt het geneesmiddel rechtstreeks in de bloedbaan opgenomen, zonder eerst de lever te passeren. Alleen als het geneesmiddel lokaal moet werken, zoals bij aambeien, is het belangrijk dat ze niet via het slijmvlies worden opgenomen.

Lever

Enzymen in de lever zorgen voor het omzetten van een geneesmiddel in inactieve bestanddelen (metabolieten). Soms gaat het om een omzetting van het opgenomen geneesmiddel in het actieve bestanddeel. Bijvoorbeeld: prednison wordt door de lever omgezet in prednisolon, het actieve bestanddeel. Een deel van de omzettingsproducten gaat niet naar de rest van het lichaam, maar wordt via de gal afgevoerd naar de darmen en daar uitgescheiden.

Werking

Is het geneesmiddel door de dunne darm opgenomen in de bloedbaan, dan komt het via de poortader in de lever, en vandaar in de rest van het lichaam. Dan kan het zijn werking gaan doen. Tussen het moment van inname van het geneesmiddel en opname in het bloed zit meestal 15 tot 30 minuten. Bij toediening via injectie of onder de tong komt het geneesmiddel vrijwel meteen in het bloed en zal dan dus snel werken.

Uitscheiding

Na eventuele omzetting worden geneesmiddelen door het lichaam uitgescheiden, grotendeels door de nieren en de lever. Een verminderde nier- of leverfunctie kan een reden zijn om de dosering aan te passen.