Introductie


In de apotheek

Maak aan je cliënt duidelijk voor welke zorg hij bij de apotheek terecht kan. Niet alleen om het juiste geneesmiddel te halen, maar ook voor medicatiebeoordeling, medicatiebewaking, het klaarmaken en uitgeven van de geneesmiddelen, vastleggen en het begeleiden van het gebruik. In de loop van de behandeling kunnen bloedglucoseverlagende middelen worden gestart of gestopt, of kunnen doseringen wijzigen. Daarbij kunnen nieuwe zorgvragen of knelpunten ontstaan. Daarom pas je wat je doet en zegt steeds aan de zorgvraag van je cliënt: wat weet hij al, welke vragen heeft hij op dat moment, waar loopt hij tegenaan.

Daarover gaat dit hoofdstuk: begeleiding van de cliënt.

Begeleidingsgesprekken

De belangrijkste taak van jou als apothekersassistente is elke cliënt zorgvuldig te begeleiden bij zijn geneesmiddelgebruik. Hoe voorkom je dat je belangrijke informatie overslaat of dat je cliënt twee keer dezelfde informatie krijgt? Dit bereik je door structuur aan te brengen in je gesprek. Bovendien scheelt het uiteindelijk ook tijd als je volgens een vaste structuur werkt, bijvoorbeeld met de vier stappen van de KNMP-richtlijn Consultvoering:

  1. Start met uitleggen waarom je dit gesprek voert
  2. Vraag na wat de cliënt al weet, hoe hij tegen het geneesmiddelgebruik aan kijkt, wat zijn ervaringen zijn.
  3. Geef uitleg en advies over het geneesmiddel
  4. Sluit af en maak afspraak over vervolggesprek

Samenwerken in de keten

Door het beleid van zorgverzekeraars verstrekt de apotheek minder diabetische hulpmiddelen: bloedsuikermeters, teststrips en lancetten. De rol van de apotheek rondom diabeteszorg is daardoor kleiner geworden, maar nog steeds heel belangrijk! Vooral rondom de orale bloedsuikerverlagende geneesmiddelen en de aanvullende medicatie voor eventuele andere ziektebeelden. Al kun je ook vragen krijgen over de werking van insulinen.

Als apotheekmedewerker ben je onderdeel van een groter geheel. Je vervult meer dan ooit een inhoudelijke rol: de zorg voor de cliënt staat centraal. Die zorg lever je samen met andere disciplines rondom diabetes: huisarts, diabetesverpleegkundige, diëtiste, oogarts, internist en podotherapeut. De samenwerking met de POH en de huisarts is in de apotheek erg belangrijk. Onderlinge afstemming en overleg zijn een voorwaarde voor ketenzorg. Zo kan je cliënt erop rekenen dat hij optimaal behandeld en begeleid wordt.