Diabetes of suikerziekte

Bloedsuiker

Glucose geeft het lichaam energie en komt uit koolhydraten in de voeding. Koolhydraten zitten niet alleen in zoete dingen, zoals suiker en fruit, maar ook in sommige groenten, melk, brood, aardappelen, rijst en andere soorten zetmeel. Koolhydraten worden in het lichaam afgebroken tot kleine suikermoleculen, waaronder glucose; die komt in het bloed terecht en gaat vervolgens via het bloed naar alle lichaamscellen toe voor energie. Om vanuit het bloed de cellen in te gaan is insuline nodig. Insuline zorgt ervoor dat de cellen de glucose als brandstof kunnen opnemen.

Te hoge bloedsuiker: diabetes

Bij diabetes is er geen insuline meer (type 1) of werkt de insuline niet goed meer (type 2). De lichaamscellen kunnen de suiker niet opnemen en daardoor is de hoeveelheid suiker in het bloed voor een langere tijd verhoogd. Het lichaam kan de bloedsuiker – of bloedglucose - niet meer zelf in evenwicht houden. Diabetes wordt in de volksmond daarom ook wel suikerziekte genoemd.


Wist je dat diabetes mellitus letterlijk betekent: honingzoete doorstroming? Dit vanwege het feit dat diabetespatiënten veel plassen en de urine vaak zoet is.

Bloedsuikerspiegel in evenwicht

De bloedsuikerspiegel wordt in evenwicht gehouden door insuline en glucagon. Insuline zorgt dat de lichaamscellen glucose uit het bloed opnemen, glucagon zorgt dat opgeslagen glucose vrijkomt als de bloedsuikerspiegel te laag wordt.


Incretinehormonen

Naast insuline en glucagon zijn meer hormonen betrokken bij het in evenwicht houden van de bloedsuikerspiegel. Zo worden de incretines GLP-1 en GIP in de darm aangemaakt wanneer je iets eet. Beide incretines stimuleren de afgifte van insuline. GLP-1 remt ook de maagontlediging, waardoor de koolhydraten in het voedsel langzamer in het bloed worden opgenomen. Bovendien remt het de afgifte van glucagon. Deze processen zorgen samen voor een goede verwerking van glucose na een maaltijd.

Bij diabetes type 2 blijkt de werking van incretines verminderd te zijn. Hierdoor is de insulineproductie na het eten niet meer optimaal en kan de bloedsuiker stijgen.


Welke klachten krijg je bij diabetes?

  • Vaak moeten plassen, veel dorst.
  • Een droge mond hebben.
  • Veel moe zijn.
  • Last hebben van rode branderige ogen, wazig zien, dubbelzien of slecht zien.
  • Gewichtsverlies.
  • Slecht genezende wondjes
  • Last hebben van (urineweg)infecties.