Insuline

Het bezorgen van insuline vraagt extra aandacht, ook van jou als bezorger. Insuline kan absoluut niet tegen een te hoge of te lage temperatuur. Het moet uit het felle zonlicht blijven en mag niet te veel schudden tijdens het vervoer. Ook de cliënt moet de insuline zorgvuldig bewaren. Insuline die niet meer gebruikt kan worden, neem je voor de cliënt weer mee naar de apotheek, net als gebruikte spuiten en naalden. Naalden moeten wel altijd meegegeven worden in een afgesloten naaldencontainer.

Wat is insuline?

Insuline zorgt ervoor dat suiker vanuit het bloed door je lichaam wordt opgenomen. Zo kan het lichaam de suikers omzetten in energie. Normaal zorgt het lichaam ervoor dat er precies genoeg insuline is om de glucose te verwerken. Bij mensen met diabetes (suikerziekte) maakt het lichaam geen of te weinig insuline aan, of het reageert minder goed op insuline. Je moet dan insuline spuiten of een insulinepomp gebruiken.

Er zijn verschillende soorten insuline, met een verschillende werking. Zo is er snelwerkende insuline die snel in het bloed wordt opgenomen en die in korte tijd de bloedsuiker verlaagt. Ook is er insuline met een langzame werking. Er zijn ook allerlei tussenvormen.

Suikerziekte

In de animatie wordt uitgelegd wat suikerziekte is.

Voorbeelden verschillende soorten insulinen

Misschien herken je de volgende merknamen van de verschillende soorten insulinen?

Hoe zie je dat insuline niet meer goed is?

Sommige insulinen zijn van nature helder, andere zijn melkachtig troebel. Hieruit kun je dus niet afleiden of de insuline niet meer goed is. Als insuline er anders uitziet dan normaal (bruin verkleurd, of met vlokjes, korreltjes of deeltjes erin), dan is die mogelijk te warm of te koud geweest of te oud.

Twijfel je of insuline te warm of te koud is geweest, dan moet de insuline niet geleverd worden

Vervoeren van insuline

Insuline mag niet te koud of te warm worden. Het verliest dan snel zijn werkzaamheid. De insuline gaat klonteren bij te grote temperatuurverschillen. Een te hoge temperatuur (meer dan 25°C) ontstaat al gauw als insuline wordt blootgesteld aan volle zon. Ook bevriezen en temperaturen onder 2°C moet worden vermeden. Het kan insuline onwerkbaar maken.

Daarnaast moet insuline niet direct worden blootgesteld aan zonlicht. Ten slotte moet geschud van de insulineflacons worden voorkomen. Het kan luchtbellen creëren, waardoor het moeilijker wordt om de juiste hoeveelheid insuline in de spuit te trekken.

Als het niet lukt om de juiste hoeveelheid op te trekken, wordt mogelijk ook minder insuline geïnjecteerd dan de cliënt nodig heeft. Hierdoor kan de bloedsuiker ontregelen.

De volgende punten zijn belangrijk bij het vervoeren van insuline:

  • Zorg ervoor dat de insuline koel blijft tijdens het vervoer door het te vervoeren in een koelbox of koeltas.
  • Let er in de winter op dat de insuline niet kan bevriezen.
  • Verpak de insuline zo dat zij niet te veel schudt.
  • Vernietig de insuline bij twijfel of zij nog goed is.

Bewaren van insuline voor de cliënt

Onaangebroken patronen en pennen moeten in de koelkast worden bewaard. Aangebroken pennen en patronen op kamertemperatuur. Het inspuiten van koude insuline is immers pijnlijk.


Vertel de cliënt het volgende over het bewaren van insuline:

  • Bewaar onaangebroken patronen en pennen in de buitenverpakking ter bescherming tegen licht en temperatuurwisseling. Houd de pendop op de pen ter bescherming tegen licht.
  • Bewaar onaangebroken patronen en pennen in de koelkast op enige afstand van een vriesvak en van nog bevroren producten.
  • Bewaar aangebroken patronen en pennen op kamertemperatuur.
  • Bewaar aangebroken patronen en pennen hooguit vier weken.

Weggooien

Medicijnen die niet meer worden gebruikt (dus ook gevulde insulinepatronen en -pennen) kunnen cliënten inleveren bij de apotheek. Lege insulinepatronen en -pennen kunnen bij het huisvuil. Ze zijn gemaakt van afbreekbaar materiaal dat het milieu niet belast.

De apotheek levert de cliënten een naaldcontainer voor gebruikte naalden. Een volle container neem je weer mee voor de cliënt.